Dit is een kort verhaal dat ik ooit heb geschreven.


Brekend glas.

Het oude huis was ook het enige in de straat dat geen bewoners had. Dat was dan ook heel goed te zien aan de staat waarin de woning verkeerde. Een troosteloos gevoel gaf het als je nu een blik zou werpen op de tuin en de voorgevel. De buurvrouw was de enige die nog wat aandacht had voor het aanzicht en de verzorging van de tuin. Af en toe haalde zij het onkruid weg tussen de tegels van het padje en trok dan ook meteen de klimop van het bordje "TE KOOP" af. Op een plankje, dat daar onder nog slechts aan een kettinkje hing, was nog net "Tel. 8835" te lezen, want de rest werd door een dikke laag mos verscholen.

Het tuintje stond er weer mooi bij dit jaar. De afrikaantjes, die een mooi plekje langs het tuinhek hadden gekregen, waren al weer bijna uitgebloeid... voor zover ze er nog stonden. Want de hint werd maar al te goed begrepen. Ma stond achter het raam met haar zoon de goudvissen te bestuderen. Een beetje eten werd die diertjes wel gegund. Ook al was het vissenvoer bijna op. Overigens, bijna alles was dat. 's Avonds verdeden ze hun tijd met het spelen van halma. Opeens stond pa op, liep naar de deur en opende hem.

Met zijn drieen liepen ze in ganzenpas door de spinnenwebben naar binnen. Bij elke voetstap bleef er een afdruk staan in het stof. Het behang hing alleen nog op sommige plaatsen in vergeelde vellen aan de muur. Het huis zou behalve veel voor het kopen ook veel voor het opknappen gaan kosten. Toen ze de huiskamer binnen stapten kwam hen een bedompte lucht tegemoet. In de kamer lagen de tafels en stoelen kapot op de grond. Verspreid over de vloer van de kamer lagen ook een paar pionnetjes en scherven van theekopjes en schoteltjes. Bij een stel scherven die eens een theepot voorstelde groeide nu een grote schimmelkolonie. Het tapijt kon dus ook weg. Toen het echtpaar de gordijnen opende kwam er een wolk van kleine beestjes uit die zich in al die jaren tegoed hadden gedaan aan de gordijnstof die daar hing. Een verdieping hoger waren de slaapkamers. De drie bedden, waarvan een tweepersoons was, waren onopgemaakt en ook hier was de stank niet te verdragen. Even later gingen ze naar de zolder.

Daar lagen de kaarsen. Die waren nodig want het was al donker aan het worden. Beneden ging er nu iemand thee zetten. Het was geen echte thee maar het was teminste iets. Waar lagen die kaarsen nou ook al weer precies? Nooit liggen ze waar ze de laatste keer lagen. Na een minuut of vijf zoeken had hij ze gevonden. Dat betekent thee drinken en verder halma spelen. Moeizaam kwam hij de trap afgestrompeld en begaf zich naar de woonkamer. Het was zijn beurt. Ze hadden dus op hem gewacht. Eerst eens een slokje thee en dan bedenken wat de beste zet is. Het begon al koud te worden. Toch eerst maar weer een slokje thee voor de volgende zet. Hij schoof een stukje naar achter met zijn stoel. Het hout liet een krakerig geluid horen.

Bijna zat de verkoper een niveau lager in het huis. Er moest dus ook een nieuwe trap naar de zolder komen. Na ook de zolder gezien te hebben besloten ze om het huis te kopen. Meteen de volgende dag al betrokken ze het huis om met de grote schoonmaak een begin te maken. Er kwamen van allerlei vreemde dingen aan het licht. Er werd een oude radio gevonden in een holte onder het tapijt. Daar lagen ook oude pamfletten verstopt. Ze namen even de tijd om ze rustig te lezen.

De Duitsers kwamen steeds dichterbij, was er te lezen, en de cigarenboer van de hoek was ook al niet meer te vertrouwen. Net toen ze het stencilapparaat tevoorschijn hadden gehaald om de nieuwtjes te verspreiden klonk er een rinkelend geluid vanaf de voordeur. Vlak daarna ging de voordeur open en klonken er vreemde stemmen door de gang. De kamerdeur vloog open. Daar stonden ze dan, met open en bloot een stencilapparaat op tafel. Er was geen ontsnappen meer aan. Dochter gilde en moeder gooide de theepot naar de mannen. De mannen grepen vader en sleurde hem uit de kamer door de gang naar buiten. Zoon probeerde nog te ontsnappen maar de mannen, die veel sneller waren, gooiden de tafel om en stonden zo voor hem. Even later werder ook moeder en dochter weg gebracht. Buiten stonden de buren op de stoep toe te kijken wat er precies gebeurde. Zij hebben het apparaat nog naar buiten zien komen. De famillie niet meer. Die was toen al weg. In het huis was enkel en alleen de stilte.

Toen legden ze de kranten weg en zetten de radio aan. Het nieuws van drie uur. Weer niets anders dan oorlogsslachtoffers van over de wereld. De bel ging en ze deden open. "De ruitenzetter. U had gebeld?" Ze wezen hem het het plankje wat over het kapotte ruitje naast de deur zat.